4 april 2026

Ik fietste 1.000 km door Taiwan en het enige dat ik onthoud is het eten (en de mensen en die ene chili olie)

4,5 week fietsen door Taiwan als vegan foodie. Over buffetjes van twee euro, tofuskin-kippenpoten, crispy chili olie met kippenbot, en het gastvrijste fietsland ter wereld.

foodtaiwanreizenvegan

Ik wist dat Taiwan vega foodie heaven zou zijn, want 13 à 14% van de bevolking eet vegetarisch, een van de hoogste percentages ter wereld. Ik eet al jaren plantaardig, ik ben geobsedeerd door horeca en eten, en alles wat ik had gelezen over Taiwanees eten maakte me gek. De enige uitdaging: mijn sportieve partner zo ver krijgen om mee te gaan. De oplossing was simpel. "Laten we daar een rondje fietsen." Hij was meteen om.

Vier-en-een-halve week fietsen door Taiwan. De landschappen waren prachtig, het fietsen was leuk, maar wat mij het meest is bijgebleven? Het eten. En de gastvrijheid. En nog meer eten.

"Salade" bij het eerste restaurant

De toon voor de hele reis werd meteen gezet. Via Google Maps een vegan restaurantje gevonden in Taipei waar ons, nog vóór het bestellen, werd verteld: "Er is ook een salade-buffet, mag je zoveel van pakken als je wilt." Salade, dachten we. Nee hoor. Het waren bakken vol verschillende soorten tofu, groenten en edamame. Gratis!

Vegan buffetje in Taiwan
Vegan buffetje in Taiwan

Buffetje voor 1,50 euro

In de steden zijn overal (vega) buffetrestaurantjes — 素食自助餐, vegetarische zelfbediening. Je pakt een bord, schept op wat je wilt uit zo'n dertig bakken, en betaalt naar gewicht. Ik stond elke keer met grote ogen. Homemade vleesvervangers die ik nog nooit had gezien. Tofu in twintig vormen. Groenten waarvan ik de naam niet ken. Alles vers, alles zelfgemaakt. En dan had je een bord vol en dacht je: oeeeei, wat gaat dit kosten? Vaak niet meer dan een paar euro.

Vegan buffet
Vegan buffet

Het fruit. Het fruit!

Het fruit in Taiwan is belachelijk goed. Ik ben nu verpest voor altijd denk ik. Mango's, guava, ananas, dragon fruit, allemaal op het perfecte moment geplukt. Die ananas: ik denk niet dat ik ooit nog zulke lekkere ananas zal eten. Maar het wordt nóg beter: ze doen er een mix op van suiker, zout en pruimenpoeder. 梅粉, méi fěn. Het klinkt raar. Het is het beste dat ooit op een stuk fruit is gedaan. Zoet, zout, een beetje zuur, en dan die sappige ananas eronder. Ik denk er nog steeds aan.

Fruit op een streetfood market
Fruit op een streetfood market

De dag beginnen met baozi

's Ochtends vroeg, zes uur, en de zaakjes zijn al open. Mensen stoppen op weg naar werk voor een baozi, een zacht gestoomd broodje, met vulling erin. Je kent ze misschien uit de toko in Nederland (of uit de plasticverpakking van de supermarkt die je in de magnetron doet). Maar dan vers. De vullingen: ingelegde radijs, spinazie, bamboe, zoete rode bonen, pinda met suiker. Er was van alles! Warm en zacht, voor maar ongeveer 25 cent.

Baozi in de ochtend
Baozi in de ochtend

Night markets: paddestoelen-hemel

Street food markten zijn overal in het land. Elke stad, elk dorp, en vaak ook elke avond. Ook al loop je langs dingen waarvan je denkt: wat ís het?, er waren overal heel veel vega-opties. Stinky tofu, tofu frietjes, gegrilde paddestoelen in alle vormen en maten (ik was in de hemel), gebakken rijstnoedels, sesamballetjes en overal vers fruit.

Over die stinky tofu: je ruikt het voordat je het ziet. Het is overal: night markets, straathoekjes, kleine stalletjes. Het is niet zo smerig als het klinkt en precies zo lekker als je het niet verwacht. Maar: niet altijd vegan. De tofu wordt gefermenteerd in een brine, en traditioneel zit daar soms garnaal of vlees doorheen. Er zijn genoeg plekken die het plantaardig maken, maar ga er niet vanuit.

Stinky tofu
Stinky tofu

Boba op elke hoek en verse bamboe

Bubble tea is uitgevonden in Taiwan. Dat merk je. Op elke hoek een boba-shop, soms zeven naast elkaar met overal een rij (ik overdrijf niet). Je bestelt met suikerniveau en ijs-niveau, allebei van vol tot nul. "Zonder suiker" betekende trouwens vaak nog steeds zoet. Een miljard bekers per jaar in een land van 23 miljoen mensen. Reken zelf maar uit.

Ik at verse bamboe! Op plekken waar veel bamboe groeide, en dat is op verrassend veel plekken in Taiwan, kon je het vers eten. Het verschil met blikjesbamboe is giga groot. Dat slappe, waterige spul uit de toko versus verse bamboe met bite, smaak, een soort nootachtige zoetheid. Compleet ander product.

Het allerlekkerste plantaardige ijs in Taipei

In Taipei bezocht ik de lekkerste ijswinkel ooit. Aardbei-yoghurtijs, prima. Maar wat dacht je van ijs van sesam en tofu? Of ijs met bruine suiker-sojasaus smaak? Het is precies zo goed als het klinkt. Ik houd mijn fingers crossed om ooit zulk lekker ijs te kunnen eten in Nederland!

Tofuskin

Oké, tofuskin. Ik kende het gedroogd uit de toko en wist echt niet wat ik ermee moest. Maar in Taiwan kwam ik het overal tegen op het menu, en toen ik een keer een vegan kippenpoot bestelde bleek het hier van gemaakt. Tijdens het fietsen kwamen we langs een klein fabriekje waar ze het nog met de hand maakten. Dat velletje dat op hete sojamelk vormt, eraf trekken, drogen. De lekkerste crispy tofuskin die ik ooit heb gegeten.

Tofu skin
Tofu skin

Ooit begin ik een tofu-fabriek.

Crispy chili olie-trauma

Ik heb een crispy chili olie-verslaving. In Nederland gaat het het liefst op alles. Broodje pindakaas en augurk met dit goedje? Lekker! In Taiwan zag ik een potje staan en dacht: yes!!!!! Op een broodje pindakaas ermee.

Na een paar happen was het toch wel wat crunchier dan normaal. Google Translate erbij, en ja hoor: er zat kip in. Geen kip. Kippenbot. Op zich wel duurzaam dat ze elk onderdeel van de kip gebruiken, toch? Plus, het maakte de crispy chili olie wel écht crispy! Helaas denk ik wel dat dit lekkere product even verpest is voor me.

De tip: Lees. De. Verpakking. Ga er niet vanuit dat iets hetzelfde is omdat het er exact hetzelfde uit ziet. Of beter: laat Google Translate de verpakking lezen.

"Vegan" betekent daar iets anders

Dit is belangrijk en ik wist het niet van tevoren. Taiwan heeft vijf officiële categorieën vegetarisch eten, vanuit het Boeddhisme. Strikt Boeddhistisch vegetarisch betekent: geen vlees, geen vis, maar óók geen knoflook, ui, bieslook of prei. Soms wél ei of zuivel. En "plantaardig mét knoflook" is weer een andere categorie.

Mooi feitje: zo'n 13% van Taiwan eet vegetarisch. Dertien procent! En ze waren het eerste land in Azië met verplichte vegetarische labeling. Vijf categorieën, op elke verpakking.

Vegan restaurant met een schildpad in een teiltje

We zaten in een vegan restaurantje in een dorpje. Alles plantaardig. En toen liep ik naar de kassa en zag een teiltje met daarin twee schildpaden.

Het is makkelijk om daar iets van te vinden. Maar het liet me weer iets zien wat ik niet meer vergeten ben: "vegan" is niet overal hetzelfde gesprek. De focus, de motivatie, de grens van wat erbij hoort, dat verschilt per cultuur, per persoon, per context. In Nederland gaat het al snel over dierenrechten. In Taiwan komt het vaak vanuit het Boeddhisme, vanuit een ander uitgangspunt. Geen van beide is fout. Het is gewoon groter en complexer dan je denkt als je alleen vanuit je eigen bubbel kijkt.

De congee-samenzwering

Bij het ontbijt in hotels was er altijd congee, rijstpap. Prima, vegan en lekker. Maar wat opviel: de toppings waren in élk hotel exact hetzelfde. Dezelfde ingelegde groentjes, dezelfde gefermenteerde tofu, dezelfde gefrituurde uitjes. Alsof er ergens in Taiwan één mega-fabriek is die voor elk hotel in het land dezelfde zes bakjes maakt en 's nachts bezorgt.

Ik heb hier geen bewijs voor. Maar ik heb ook geen bewijs van het tegendeel.

De tegenstrijdigheden

Taiwan is geobsedeerd door vers eten. Night markets draaien op versheid. Fruit wordt geschild en gesneden terwijl je wacht. Groenten komen van de markt van die ochtend. Maar tegelijkertijd: instant noodles overal. In elk hotel gratis om te pakken. Warm water dispenser erbij. Instant noodles om elf uur 's avonds is geen guilty pleasure maar gewoon een maaltijd. Honderd procent vers én honderd procent instant, naast elkaar, zonder dat iemand er raar van opkijkt.

En dan de 7-Elevens. Taiwan heeft er meer dan zevenduizend, op een bevolking van 23 miljoen mensen. In Taipei ben je nooit meer dan vijf minuten lopen van er eentje. Wat ons opviel: ze zijn ongelooflijk convenient. Je doet er alles, gratis plassen, post versturen, treinkaartjes kopen, je telefoon opladen, rekeningen betalen en uiteraard eten en drinken kopen. Maar vooral: ze zijn community-plekken. Er staan tafeltjes, er is wifi, mensen kletsen er met elkaar en niemand kijkt raar op als je er een uurtje zit.

Kleine restaurantjes

In Taiwan openen mensen hun huis en zetten er een tafeltje bij. De grens tussen restaurant en iemands huiskamer is vaak vaag, en dat is precies wat het zo mooi maakt.

Het ontbijtrestaurantje waar mama voor ons een sandwich maakte en we de dochter van een jaar of 5 haar schooltas aangaven omdat ze niet bij de plank kon waar haar schoolspullen lagen. Ze rende vervolgens nog even terug om mama een knuffel te geven. De vrouw die samen met haar kat een restaurantje runde (ja echt, het heette: Rose & Cat) en de allerlekkerste pasta met Thaise basilicum ooit voor ons maakte. Het leuke stel dat gespecialiseerd was in specialty coffee, vijf katten had en naast hun huis een cafeetje met dé beste koffie had neergezet. Het restaurantje waar de muren volgeplakt waren met foto's van de eigenaresse die met vriendinnen tripjes deed en daar hele fotocollages en posters van maakte.

Geen uitgedachte huisstijl, geen ontwerpbureau of een doordacht concept. En toch, of misschien juist daarom, was de ervaring memorabel en kom je er nog een keer terug.

De wc's

Dit heeft niks met eten te maken maar het zegt alles over gastvrijheid: er zijn overal wc's. Gratis. In parken, bij tempels, in winkels. Je hoeft niks te kopen. Je hoeft niet te vragen. Ze zijn er gewoon.

Toen ik in december in Nederland naar de wc ging op het station betaalde ik 1,10, naast mijn treinkaartje. In Taiwan is een wc een basisrecht en niet een luxe product.

Kinderboeken over tofu maken

In de boekwinkel: meerdere kinderboeken over hoe tofu gemaakt wordt. Met illustraties, voor kinderen van vijf. In Nederland hebben we kinderboeken over de boerderij. In Taiwan hebben ze kinderboeken over tofuproductie. Ik vond dit prachtig.

Kinderboek over tofu maken
Kinderboek over tofu maken

4,5 week gefietst. 1.000+ kilometer. Maar vraag me alsjeblieft niet naar de gigantisch zware bergen die we omhoog fietsten of de routes. Vraag me naar de aardige mensen in de hotels die een speciaal vegan ontbijtbordje voor ons maakten. Naar de mensen die naast ons zaten in een restaurant en ons met handen en voeten hielpen bestellen. Naar de local die bananen voor ons kocht omdat hij het zo leuk vond dat we door zijn land fietsten. Naar alle zwaaiende mensen en de snoepjes die we meekregen voor onderweg. Naar de koriander-smaak Doritos en de durian chips. Naar alle verschillende soorten tofu die ik heb gegeten.

Taiwan is het lekkerste land waar ik ooit gefietst heb. Maar het is vooral het gastvrijste.